Efficiënt blijven functioneren onder sterke druk, in moeilijke situaties of bij tegenslag.
Anderen stimuleren in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling.
Ontleden van een probleem en aanvullende informatie zoeken.
Gedrag of werkwijze gemakkelijk aanpassen aan veranderende situaties en verschillende personen.
Omgaan met mensen met een verschillende achtergrond.
Aansturen en motiveren van medewerkers om doelstellingen te behalen.
Informatie en ideeën schriftelijk of mondeling overbrengen.
Problemen oplossen met behulp van denk- en werkwijzen uit de informatica.
Aandacht hebben voor gevoelens en behoeften van anderen en er gepast op reageren.