Anderen stimuleren in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling.
Doelen en prioriteiten bepalen en aangeven hoe ze te bereiken.
Anderen overtuigen dat jouw mening, visie of aanpak de juiste is.
Acties ondernemen om je functioneren te verbeteren.
Aansturen en motiveren van medewerkers om doelstellingen te behalen.
Efficiënt blijven functioneren onder sterke druk, in moeilijke situaties of bij tegenslag.
Samenwerken om tot een gezamenlijk resultaat te komen.
Aandacht hebben voor kwaliteit en fouten voorkomen.
Algemeen aanvaarde normen volgen.
Handelen in overeenstemming met de waarden en normen van de organisatie.
Aandacht hebben voor gevoelens en behoeften van anderen en er gepast op reageren.
Ontwikkelen van nieuwe producten, diensten, processen en structuren.
Informatie en ideeën schriftelijk of mondeling overbrengen.
Respectvol opkomen voor je eigen mening.
Een standpunt innemen en actie ondernemen.
Meningen en hun gevolgen tegen elkaar afwegen aan de hand van relevante criteria.
Gedrag of werkwijze gemakkelijk aanpassen aan veranderende situaties en verschillende personen.
Ontleden van een probleem en aanvullende informatie zoeken.
Taken uitvoeren zonder ondersteuning of toezicht van anderen.
Kansen zien en uit eigen beweging acties ondernemen.