Efficiënt blijven functioneren onder sterke druk, in moeilijke situaties of bij tegenslag.
Taken uitvoeren zonder ondersteuning of toezicht van anderen.
Samenwerken om tot een gezamenlijk resultaat te komen.
Kansen zien en uit eigen beweging acties ondernemen.
Doelen en prioriteiten bepalen en aangeven hoe ze te bereiken.
Handelen in overeenstemming met de waarden en normen van de organisatie.
Algemeen aanvaarde normen volgen.
Gedrag of werkwijze gemakkelijk aanpassen aan veranderende situaties en verschillende personen.
Respectvol opkomen voor je eigen mening.
Aandacht hebben voor kwaliteit en fouten voorkomen.
Rekening houden met de wensen en behoeften van klanten en hiernaar handelen.