Aansturen en motiveren van medewerkers om doelstellingen te behalen.
Aandacht hebben voor kwaliteit en fouten voorkomen.
Algemeen aanvaarde normen volgen.
Taken uitvoeren zonder ondersteuning of toezicht van anderen.
Doelen en prioriteiten bepalen en aangeven hoe ze te bereiken.
Informatie en ideeën schriftelijk of mondeling overbrengen.
Efficiënt blijven functioneren onder sterke druk, in moeilijke situaties of bij tegenslag.
Rekening houden met de wensen en behoeften van klanten en hiernaar handelen.
Handelen in overeenstemming met de waarden en normen van de organisatie.
Anderen stimuleren in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling.