Een standpunt innemen en actie ondernemen.
Ontleden van een probleem en aanvullende informatie zoeken.
Efficiënt blijven functioneren onder sterke druk, in moeilijke situaties of bij tegenslag.
Samenwerken om tot een gezamenlijk resultaat te komen.
Handelen in overeenstemming met de waarden en normen van de organisatie.
Algemeen aanvaarde normen volgen.
Problemen oplossen met behulp van denk- en werkwijzen uit de informatica.
Gedrag of werkwijze gemakkelijk aanpassen aan veranderende situaties en verschillende personen.
Taken uitvoeren zonder ondersteuning of toezicht van anderen.
Aansturen en motiveren van medewerkers om doelstellingen te behalen.