Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Plooien, rolbuigen (met een plooimachine, vormmachine, ...)
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Trimmen (met een trimmer, ...)
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Ponsen (met een ponsmachine, ...)
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Rechttrekken
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Zagen, afsteken (met een beitel, zaag, ...)
Het werkstuk op de houder plaatsen en de vervorming of versnijding uitvoeren
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Snijbranden (met een snijbrander, plasmasnijder, ...)
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Wikkelen
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Dieptrekken (met een dieptrekpers, ...)
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Snijden (met een snijpers, ...)
De apparatuur (valhamer, pers, trekpers, wals, ...) opstarten en op productiesnelheid brengen, en zorgen voor de toevoer of p...
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Splijten (splijtlijn, splijtmachine, ...)
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Plooien, welven
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Knabbelen (met een knabbelmachine, ...)
Scheidende en vervormende bewerkingen uitvoeren: Drijven op een bank, vloeidraaien (op een forceerbank, ...)