De plantrijen onderhouden (uitdunnen, verwijderen van overtollige knoppen, opbinden, ...)
Toezicht houden op de ontwikkeling van de vruchten
De beplantingen onderhouden (onderhouden van de rijen, verpotten, wieden, ...)
Toedienen van voedingsstoffen aan bomen
Fytosanitaire producten gebruiken in geval van afwijkingen
Preventief of correctief basisonderhoud van machines of uitrustingen uitvoeren
Landbouwproducten selecteren, verzamelen en oogsten
De voorraad opvolgen, tekorten vaststellen
De bomen planten na voorbereiding van de gronden (rooien, enten, opbinden, ...)