De klinische toestand van de persoon met een zorgbehoefte opvolgen (stabiliteit, excretie, gedrag, ...)
De dossiers administratief opvolgen (aankomst en vertrek of overplaatsing van de persoon met een zorgbehoefte, archivering, ....
De verzamelde informatie in het patiëntendossier noteren
Met de persoon met een zorgbehoefte communiceren (beleving, pijn, ...)
De toestand van de persoon met een zorgbehoefte bepalen (klinisch, psychisch, ...)
Het zorgplan opstellen volgens de noden van de personen met een zorgbehoefte
Het patiëntendossier aanvullen (incidenten, wijzigingen in de klinische toestand, ...)
Het verpleegkundig materiaal voorbereiden
Verpleegkundige zorg verlenen
Voor de activiteiten van het dagelijks leven en het comfort van de persoon met een zorgbehoefte instaan (opstaan, lopen, verz...
De evolutie van de klinische toestand met het interdisciplinair team bespreken