Het deeg mengen, kneden en uitrollen
Patisserie bereiden (snijden, versieren, bestrijken met een laagje eigeel, ...)
De deegstukken en patisserie voorbakken, bakken en uit de oven halen
Producten versieren na afkoeling (stukjes chocolade, sesamzaadjes, suiker, met een saus overgieten, ...)
Het deeg in deegstukken verdelen, rollen en vormgeven
Ingrediënten uitkiezen (bloem, gist, additieven, ...) en doseren voor het maken van brooddeeg of patisseriedeeg
Het werkblad, het gereedschap en de ruimtes schoonmaken en hygiënisch houden