Voedingsmiddelen klaarmaken of opwarmen
De bestelling aan de klant overhandigen (op een bord, in een meeneemverpakking, op een dienblad, ...)
Opdienen van gerechten aan tafel, op een bord
De goederen ontvangen en controleren
De bereiding van belegde broodjes, brood, ... plannen volgens de verwachte verkoop
Ze opbergen in de koelruimte, de voorraadkamer, ...
Bereiden en/of opwarmen van: Frieten en frituursnacks
De klant informeren over de samenstelling van de producten (salades, belegde broodjes, ...)
Eenvoudige gerechten bereiden (salades, rauwkostschotel, kaasschotel, nagerechten, ...)
Bereidingen en producten verpakken en etiketteren (fabricatie- en houdbaarheidsdata)
Belegde broodjes, hamburgers, ... samenstellen en afwerken
De goederen opslaan in een koelkamer of een voorraadkamer
De zaal, het keukenmateriaal en -uitrusting onderhouden