Een automatisch proces bewaken: Vervormen, ponsen, felsen
De afgewerkte producten controleren en de onderdelen markeren
Geautomatiseerde of gerobotiseerde installaties programmeren
Preventief of correctief basisonderhoud van machines of uitrustingen uitvoeren
Een automatisch proces bewaken: Knippen, snijden
Toezicht houden op het verloop van het productieproces en de werking van de apparatuur
De machines bevoorraden en het materiaal of de stukken plaatsen
Beschermingsbehandelingen op de stukken uitvoeren (roestwerend behandelen, afdekken, verpakken, ...)
Gegevens voor productie- en kwaliteitsopvolging registreren (storingen, interventies, ...)
Gereedschappen en instrumenten op de productiemachine of -lijn controleren en vervangen
De parameters van de geautomatiseerde productieapparatuur bijstellen
Storingen aan een machine opmerken en aanpassingen doorvoeren
De veiligheidsvoorzieningen van de productie-installaties controleren (werktuigen, montageband, ...)