Samenwerken om tot een gezamenlijk resultaat te komen.
Efficiënt blijven functioneren onder sterke druk, in moeilijke situaties of bij tegenslag.
Taken uitvoeren zonder ondersteuning of toezicht van anderen.
Kansen zien en uit eigen beweging acties ondernemen.
Meningen en hun gevolgen tegen elkaar afwegen aan de hand van relevante criteria.
Gedrag of werkwijze gemakkelijk aanpassen aan veranderende situaties en verschillende personen.
Algemeen aanvaarde normen volgen.
Ontleden van een probleem en aanvullende informatie zoeken.
Handelen in overeenstemming met de waarden en normen van de organisatie.