Handelen in overeenstemming met de waarden en normen van de organisatie.
Informatie en ideeën schriftelijk of mondeling overbrengen.
Anderen overtuigen dat jouw mening, visie of aanpak de juiste is.
Algemeen aanvaarde normen volgen.
Gedrag of werkwijze gemakkelijk aanpassen aan veranderende situaties en verschillende personen.
Een standpunt innemen en actie ondernemen.
Ontleden van een probleem en aanvullende informatie zoeken.
Doelen en prioriteiten bepalen en aangeven hoe ze te bereiken.
Aandacht hebben voor kwaliteit en fouten voorkomen.
Aandacht hebben voor gevoelens en behoeften van anderen en er gepast op reageren.
Meningen en hun gevolgen tegen elkaar afwegen aan de hand van relevante criteria.
Efficiënt blijven functioneren onder sterke druk, in moeilijke situaties of bij tegenslag.
Respectvol opkomen voor je eigen mening.
Samenwerken om tot een gezamenlijk resultaat te komen.
Aansturen en motiveren van medewerkers om doelstellingen te behalen.
Taken uitvoeren zonder ondersteuning of toezicht van anderen.
Anderen stimuleren in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling.
Rekening houden met de wensen en behoeften van klanten en hiernaar handelen.
Kansen zien en uit eigen beweging acties ondernemen.