Aandacht hebben voor kwaliteit en fouten voorkomen.
Samenwerken om tot een gezamenlijk resultaat te komen.
Informatie en ideeën schriftelijk of mondeling overbrengen.
Meningen en hun gevolgen tegen elkaar afwegen aan de hand van relevante criteria.
Algemeen aanvaarde normen volgen.
Ontleden van een probleem en aanvullende informatie zoeken.
Taken uitvoeren zonder ondersteuning of toezicht van anderen.
Efficiënt blijven functioneren onder sterke druk, in moeilijke situaties of bij tegenslag.
Kansen zien en uit eigen beweging acties ondernemen.
Veilig, slim en kritisch inzetten van media om deel te nemen aan de samenleving.
Gedrag of werkwijze gemakkelijk aanpassen aan veranderende situaties en verschillende personen.
Problemen oplossen met behulp van denk- en werkwijzen uit de informatica.
Handelen in overeenstemming met de waarden en normen van de organisatie.